Box 3 gaat de komende jaren ingrijpend veranderen. Vanaf 2028 wil het kabinet overstappen naar een vermogenswinstbelasting. Ook in 2027 staan er al belangrijke wijzigingen gepland. Wat betekent dit voor spaarders, beleggers, crypto-investeerders en DGA’s?
Voor veel Nederlanders kan de nieuwe regelgeving gevolgen hebben voor de belasting die zij over hun vermogen betalen. Zeker wanneer je naast spaargeld ook aandelen, obligaties, vastgoed of andere beleggingen bezit.
Bij Finance 010 volgen wij de ontwikkelingen rondom box 3 nauwlettend. Als boekhouder in Rotterdam kunnen wij particulieren en ondernemers helpen om de gevolgen van de nieuwe regels voor hun financiële situatie in kaart te brengen.
Van forfaitaire belasting naar vermogenswinstbelasting
Op dit moment wordt het vermogen in box 3 nog grotendeels belast op basis van een forfaitair rendement. Het kabinet wil daar vanaf 2028 verandering in brengen.
Het uitgangspunt wordt dan het werkelijke rendement op vermogen.
Bij een vermogenswinstbelasting wordt belasting geheven over de daadwerkelijk gerealiseerde waardestijging. Heb je bijvoorbeeld aandelen gekocht en zijn deze in waarde gestegen, maar heb je ze nog niet verkocht? Dan wordt de waardestijging in principe pas belast wanneer je de winst realiseert.
Verkoop je de aandelen later met winst, dan wordt die gerealiseerde winst onderdeel van de belastingheffing.
Vanaf 2028 moet deze systematiek gelden voor financiële instrumenten zoals:
- aandelen;
- obligaties;
- opties;
- andere financiële beleggingen.
Volgens de huidige plannen valt hierdoor ongeveer 90% van het vermogen in box 3 onder de vermogenswinstbelasting.
Vanaf 2030 moet de nieuwe systematiek worden uitgebreid naar alle vermogensbestanddelen. Daaronder vallen dan ook onder andere crypto en buitenlandse valuta.
Wat verandert er al in 2027?
De overstap naar de nieuwe box 3-systematiek gebeurt niet in één keer. In 2027 worden al verschillende maatregelen voorgesteld.
Lager heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrije vermogen gaat volgens het voorstel in 2027 aanzienlijk omlaag.
| 2026 | Vanaf 2027 | |
|---|---|---|
| Per persoon | €59.357 | €30.846 |
| Fiscale partners | €118.714 | €61.692 |
Hierdoor kunnen mensen die momenteel geen box 3-belasting betalen vanaf 2027 alsnog met belastingheffing te maken krijgen.
Hoger forfait voor overige bezittingen
Ook het forfaitaire rendement voor overige bezittingen gaat omhoog.
Het percentage stijgt volgens het voorstel met 1,5 procentpunt, van 6,37% naar 7,87%.
Onder overige bezittingen vallen bijvoorbeeld bepaalde beleggingen en onroerende zaken. Ook huurinkomsten en het eigen gebruik van onroerende zaken kunnen hierbij een rol spelen.
Voor beleggers en verhuurders kan deze wijziging daardoor een behoorlijke impact hebben op de uiteindelijke belastingdruk.
Vanaf 2028: heffingsvrij resultaat van €1.000
Vanaf 2028 moet het huidige heffingsvrije vermogen plaatsmaken voor een heffingsvrij resultaat.
Het voorgestelde bedrag bedraagt €1.000.
Een eenvoudig voorbeeld:
Stel dat je €50.000 op een spaarrekening hebt staan en daarover 2% rente ontvangt. Je rendement bedraagt dan €1.000.
Bij een heffingsvrij resultaat van €1.000 zou je in dat voorbeeld geen belasting over het rendement betalen.
Ontvang je bijvoorbeeld €1.500 rente, dan wordt het meerdere boven het heffingsvrije resultaat belast.
Volgens het huidige voorstel bedraagt het belastingtarief over dit resultaat 36%.
De precieze uitwerking kan uiteraard nog veranderen zolang de wetgeving niet definitief is.
Wat betekent dit voor beleggers?
Voor beleggers verandert vooral de manier waarop het rendement wordt belast.
Bij een vermogenswinstbelasting wordt niet uitsluitend gekeken naar een vooraf vastgesteld forfaitair rendement. De daadwerkelijke gerealiseerde winst speelt een belangrijke rol.
Dat kan in sommige situaties gunstiger uitpakken, bijvoorbeeld wanneer beleggingen langere tijd weinig rendement opleveren.
Aan de andere kant kan de belastingheffing juist hoger uitvallen wanneer grote vermogenswinsten worden gerealiseerd.
Daarom wordt het vanaf 2028 belangrijker om niet alleen naar het rendement van een belegging te kijken, maar ook naar de fiscale gevolgen van het moment waarop je een belegging verkoopt.
Wat betekent dit voor crypto?
Crypto valt volgens de huidige plannen vanaf 2030 onder de vermogenswinstbelasting.
Voor crypto-investeerders betekent dit dat de fiscale behandeling de komende jaren verder kan veranderen.
Omdat de regelgeving nog in ontwikkeling is, is het verstandig om transacties, aankoopprijzen en verkoopprijzen goed te administreren. Een goede administratie wordt belangrijk wanneer de daadwerkelijke gerealiseerde winst een grotere rol gaat spelen.
Heb je een omvangrijke cryptoportefeuille of handel je regelmatig in crypto? Dan is het verstandig om tijdig te laten beoordelen welke gevolgen de nieuwe regelgeving voor jou kan hebben.
Ook DGA’s krijgen te maken met veranderingen
De wijzigingen beperken zich niet tot box 3. Ook voor directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) verandert er de komende jaren het een en ander.
Minder ruimte om van de eigen BV te lenen
De huidige grens voor excessief lenen bij de eigen BV bedraagt €500.000.
Volgens het voorgestelde plan wordt deze grens vanaf 2027 stapsgewijs verlaagd:
| Jaar | Maximale schuld bij de eigen BV |
|---|---|
| 2027 | €420.000 |
| 2028 | €340.000 |
| 2029 | €260.000 |
| 2030 | €180.000 |
| 2031 | €100.000 |
Leningen die verband houden met de eigen woning blijven hierbij buiten beschouwing.
Een DGA die momenteel een relatief grote schuld bij zijn eigen BV heeft, doet er daarom verstandig aan om tijdig te bekijken welke gevolgen de afbouw van deze grens heeft.
Tijdelijk lager tarief in box 2
Voor de periode 2027 tot en met 2030 wordt daarnaast een verlaging van het tarief in de tweede schijf van box 2 voorgesteld.
Het tarief zou tijdelijk dalen van 31% naar 29,2%.
Hierdoor kan het voor sommige DGA’s aantrekkelijker worden om in deze periode dividend uit te keren.
Of dat daadwerkelijk voordelig is, hangt echter af van de totale financiële en fiscale situatie. Een dividenduitkering kan bijvoorbeeld ook gevolgen hebben voor bepaalde heffingskortingen.
Een algemene conclusie dat iedere DGA daarom nu dividend moet uitkeren, is dan ook niet verstandig.
Meer Nederlanders krijgen mogelijk met box 3 te maken
Door het lagere heffingsvrije vermogen zullen naar verwachting veel meer mensen onder de box 3-regels vallen.
Volgens de huidige schattingen gaat het om ongeveer 850.000 Nederlanders die nu geen box 3-belasting betalen, maar onder de nieuwe regels mogelijk wel belasting verschuldigd zijn.
Vooral mensen met relatief beperkte vermogens kunnen hierdoor worden geraakt.
Het is daarom verstandig om niet pas op het moment van de aangifte naar de gevolgen te kijken. Wie tijdig inzicht heeft in zijn vermogen, beleggingen en rendement kan beter beoordelen welke fiscale gevolgen eraan komen.
Wat betekent dit voor jou?
De plannen voor box 3 zijn nog niet volledig definitief. De wetgeving moet nog door het parlement worden behandeld en kan tijdens het wetgevingsproces nog wijzigen.
Toch is het verstandig om nu al rekening te houden met de aangekondigde veranderingen.
Heb je bijvoorbeeld:
- spaargeld boven het heffingsvrije vermogen;
- aandelen of andere beleggingen;
- vastgoed of verhuurd vastgoed;
- crypto;
- een eigen BV;
- een lening bij je eigen BV;
- of een combinatie van deze vermogensbestanddelen?
Dan kan het verstandig zijn om je fiscale situatie opnieuw te laten beoordelen.
Finance 010: boekhouder in Rotterdam
De veranderingen in box 3 kunnen behoorlijk complex zijn. Zeker wanneer privévermogen, beleggingen en een eigen onderneming door elkaar lopen.
Finance 010 is een boekhouder in Rotterdam voor ondernemers en particulieren die behoefte hebben aan duidelijke fiscale en financiële begeleiding.
Als Turkse boekhouder kunnen wij bovendien Nederlandstalige en Turkstalige klanten helpen om complexe Nederlandse belastingregels begrijpelijk te maken.
Wil je weten wat de veranderingen in box 3 voor jouw situatie kunnen betekenen? Neem dan contact op met Finance 010 voor persoonlijk advies.
Let op: de hierboven beschreven wijzigingen zijn gebaseerd op de huidige kabinetsplannen. De definitieve wetgeving kan nog veranderen.
